zondag 9 mei 2010

REGEN: welke onverlaat heeft dit fenomeen uitgevonden!

DAG 16: 9 zondag 9 mei 2010


Route: Moissac – Auvillar –Miradoux – Lectoure – Saint-Puy – Castéra-Verduzan
Aantal km: 83,65
Weer: Grijs, zwaarbewolkt en regen, regen, regen, even zon; temperatuur 16 graden



Vandaag verlaten we het departement Tarn-et-Garonne, en fietsen
we het departement Gers binnen. In de regen, maar dat verhaal volgt
dadelijk. Moissac in zondagsrust, ondanks de weekmarkt. Het stadje
ligt aan de samenkomst van twee rivieren: de Tarn en de Garonne.
Massa’s water. We hadden het dus kunnen weten: regen!
In Moissac bezoeken we eerst (na een eenvoudig Carmelitessen-
ontbijt met stokbrood en jam) de Abattiale, de abdijkerk in het
centrum van het stadje. De in het wit gehulde Carmelitessen
onthalen ons op etherische koorgezangen. Maar de regen zullen ze er
niet mee afzweren. Want op het moment dat we willen vertrekken –
de fietsen hebben we gestald in het portaal van de abdijkerk – begint
het te regenen. De regenkleding aan, dus.

Inkopen (pizza, stokbrood) en even nog langs de Eglise Saint-Jacques
fietsen, en op de foto bij de Pont Saint-acques. Na de kanaalbrug
langs het water, een kilometer of vijftien. Het begint steeds harder te
regenen. Langs het water: de lopers. Druipend van de regen. Richting
Compostela. Het zijn er tientallen, die we passeren. “Buen Camino!
“Bonne Route”, en we zijn al weer verder. In een dorp verderop
treffen we zelfs een vrouw die met een volgepakte ezel naar Galicië
loopt. Hoef je tenminste geen zware rugzak mee te torsen. Alleen de
regen van je poncho laten glijden

De eerste dertig kilometer, fietsend langs het kanaal, begint het fors
te regenen. De eerste dertig kilometer worden we dus zeiknat.
Regenkleding blijkt niet te helpen. Eenmaal het jaagpad verlaten
hebbend, wordt het er niet beter op. Steile klim naar Auvillar in de
stromende regen. Op zich schiet het aantal kilometers wel op. Als het
na een anderhalf uur droog wordt, even een café in voor een grand
café. Om warm te worden. Daarna oogt het eigenlijk wel goed. En
breekt de zon zelfs door, zodat het constante klimmen (en dalen)
minder voelt. Maar de euforie is van niet al te lange duur.

In Flamarens eten we de lunch weg voor het kerkportaal. Het dorp
oogt verlaten. Complete rust. De bible belt van de Gers
In het gat Terraube schuilen we drioe kwartier in een bushok, want
het is weer gaan regenen. Peter valt zelfs even in slaap. Als het droog
lijkt te blijven stappen we weer op de fiets. Maar de Franse
weergoden strooien hel en verdoemenis over ons uit. De zware grijze
lucht boven de bergen verderop komt ons lachend tegemoet. En
begint van plezier constant alle douchekranen op te zetten. Natter
dan nat willen we naar een chambre d’hôte in Saint-Puy, maar die
blijkt opgeheven, althans onvindbaar. Opnieuw de fiets op. Weer
negen kilometer verder vinden we (het water staat inmiddels in de
schoenen) in Castéra-Verduzan onderdak in het eerste het beste
hotel dat we tegenkomen: Hotel des Thermes. Want het plaatsje
herbergt ook nog eens zwavelhoudende warmwaterbronnen.
De natte kleding proberen te drogen, dat is wat ons interesseert.
Maar dat blijkt lastig, want de verwarming is inmiddels op de zomer
afgesteld. Uit, dus. Maar of de duvel er mee speelt: als we eenmaal
op kamer 63 zitten, breekt de zon door. Droog. GVD!
Toch maar douchen (weer nat, dus). En daarna even sms-en en bellen
met de thuisbasis. En dan voor het aperitief (een slecht getapte
Kronenbourg) naar beneden. Om acht uur aan tafel voor het Athos-
menu, met als hoofdgerecht cassoulet met drie soorten vlees. We
verlangen al bijna terug naar de nieren van de Carmelitessen.
 
 
DAG 15: zaterdag 8 mei 2010

Route: Cahors – L’Hospitalet – Castelnau Montratier - Moissac
Aantal km.: 85,41
Weer: Grijs, regenachtig bij vertrek; zonnig en licht bewolkt vanaf 11 uur; 18 graden; weinig wind
Direct na vertrek een stevige klim van minstens zes kilometer. Omdat
ik mij fleecetrui aan heb, zweet ik al als een rund, en bij de afdaling
voel ik de kou. Cahors bereiken (slechts 15 kilometer) duurt daarom
veel langer dan gedacht, ook al omdat het wegdek nat is en je uit
moet kijken in de bochten van de afdalingen niet onderuit te gaan.
Maar even na half elf fietsen we over de brug de oude stad in. Fraaie
vergezichten van over het water.
Bij de Eglise Saint Etienne is het behoorlijk druk vanwege de
zaterdagmarkt. Peter neemt de taak op zich de tampons te scoren.
Daarna om beurten de kerk, cv.q. de kloostergang (met een wat
verweerd beeldje van Saint Jacques) in. Om elf uur begint het
‘concert du marché’ het priesterkoor. Weer eens wat anders op de
vroege zaterdagochtend.
Na de gebruikelijke lunchinkopen fietsen we over de machtige Pont
Valentré de stad uit. Nog steeds gaat het behoorlijk omhoog maar
dat zal in de loop van de middag veranderen. Niet dat het echt plat
wordt, maar het is te doen. Op het zonovergoten dorpsplein van
Castenau Montratier een verfrissing. Dan weer door. Tegen half zes
fietsen we Moissac binnen. Het zal nog een half uur duren vooraleer
we onderdak vinden.
Daarvoor weer de berg op (na eerst wat hotelletjes afgestruind te
hebben). Het wordt boven op de berg het Centre d’Accueil du
Carmel, gerund door de zusters Carmelitessen. Als we omhoog
fietsen komen we de naar boven sjokkende pelgrims al tegen,
sloffend en zeulend. Lopers. Doordouwers. Geen Italiaanse
maatpakken of Dolce en Gabbana, maar zwerfkleding, baarden en
stokken. In het centre zelf is het een aangename chaos. De
afgematte pelgrims zoeken immers een goedkoop onderkmen voor
de nacht. Gelijk afrekenen (en dat heeft wat voeten in de aarde), ook
voor het diner ’s avonds en het ontbijt ’s morgens: 60 euri bij elkaar.
De kamers kunnen niet afgesloten worden en de dekens zijn van voor
de oorlog. Maar voor de eenvoudige pelgrim (wij, dus) pure luxe.
Een gemêleerd gezelschap zal zich even na zevenen in de refter
treffen voor de gezamenlijke avondmaaltijd. Noren, Fransen, een
Nederlandse. De meesten hebben ons al gesigaleerd: die van die
fietsen, de Rolls Royces onder de fietsen zelfs.
Het eten zelf is ‘du terroir’: een heldere groetensoep, rijst met
niertjes en schorseneren, kaas en puddingbroodje toe. En wijn
vanzelfsprekend.
Om zich moed in te drinken en daardoor vervolgens een onbevlekte
zuster carmelites te scoren duiken we nog even even het nachtleven
van Moissac in. Toch blijft het bij een Leffe (ik) en een glas rode wijn
(Peter). Met de digicode kunnen we de entreedeur openen, want ook
bij de zusters carmelitessen heeft het digitale tijdperk zijn intrede
gedaan.

 
DAG 14: vrijdag 7 mei 2010
Route: Martel – Rocamadour – Labastide Murat – Saint Martin - Vers
Totaal km.: 76,53Weer: start bij 4 graden, mistig tot over de Dordogne, later meer open en een beetje zon (langs de Lot en de Vers), dan 16 graden
Opnieuw vertrokken onder een zware grijze lucht. Nevels stijgen op
uit de dalen. Het blijft koud ’s ochtends, amper een graad of vier.
Maar het is droog, dat wel. Na een kilometer of vijftien steken we
de Dordogne over. Traag stoomt het gladde water door de brede
rivierbedding. Dan doemt Rocamadour op. Houden nog even halt in
l’Hospitalet, voordat we de kilometers lange afdaling inzetten naar
het bekende toeristenoord dat majestueus tegen de hoge kalkliffen
ligt.

In Rocamadour begint langzaam een voorzichtige zon door te
breken, maar om warm te worden drinken we een stevige mok
koffie. Even later beklimt Peter de meer dan tweehonderd treden
van de Grand Escalier om een volgende tampon te scoren. En
passant neemt hij ook nog even de Zwarte Madnna mee. Ik houd de
wacht bij de fietsen en raak aan de praat met een stel oudere
Fransen die zelfs Venlo kennen, omdat hun dochter in Düsseldorf
woont. Met respect bekijken ze onze fietsen, want zelf ook verwoed
fietser. Zelfs in Düseldorf staan hun oude karretjes klaar, zodat ze ze
niet elke keer mee hoeven te slepen.
Voordat we Rocamadour weer uitrijden (met een stevige klim
terug, natuurlijk) fourageren we: sandwiches en krentenbroodjes,
Fanta. Voor de lunch onderweg.
Na Rocamadour krijgen we drie stevige klimmen voor de kiezen.
Het zweet loopt opnieuw tappelings van mijn kop af. Het begint ook
warmer te worden. De temperatuur zal in de loop van de dag
oplopen tot een graad of zestien, maar zodra de zon weg is is het
fris. Zeker als je in het zweet de afdaling inzet, dan is het ijselijk
koud. In het begin van de ochtend houd ik daarom mijn
Windstopper handschoenen aan.

Het landschap is inmiddels drastisch veranderd. Noten, kastanjes,
weilanden, bruinbonte koeien, schapen. De kalkrotsen van de
Causses du Lot volgen later. Machtig steile rotswanden. In Labastide
Murat strijken we neer voor een verfrissing; en ik eet er mijn
krentenbroodjes op. Gelukkig is er vanaf dat punt een makkie: dalen
tot Vers, een kilometer of 15 van Cahors. Je rijdt langs het heldere
water van de Vers, soms in de schaduw, soms in de zon. In een fris
groen landschap tegen de grijze kliffen. Helder stromend water.
Uiteindelijk arriveren we in Vers, aan de gelijknamige zijrivier van de
Lot. Een pittoresk dorpje. Vinden na wat zoeken onderdak in Hotel La
Truite Dorée, aan het water. Een kamer voor 40 euri, aanvankelijk in
het oude gebouw aan de overkant dat in de steigers staat vanwege
renovatie. Maar de baliejuf kan het niet over haar hart verkrijgen en
biedt ons tegen dezelfde prijs een aanzienlijk beter kamer in het
hoofdgebouw.

Als aperitief de inmiddels traditionele Leffe Blonde (pression). We
zitten er nauwelijks van te genieten, als Barry (van orige Engels) en
Louisa (Amerikaans) aanschuiven. Ook routiers, en in 2001 al eens de
camino gelopen. Reizen nu met een tentje een maand door Frankrijk.
Barry is schrijver (meditatieve novels; verbleef een tijd in Katmandu).
Wonen in Mexico, en hebben hun huis in Californië verhuurd. We
drinken er een Leffe mee, en help Louisa met het vinden van een
onderdak voor morgen (want ze weet niet goed hoe ze har Franse
telefoonkaart moet gebruiken). Een fraai stel, dat ogenschijnlijk
ongecompliceerd over de aardkloot reist. Met Barry een korte
discussie over Jack Kerouacs ‘On the Road’.
’s Avonds in het restaurant opnieuw CANARD (voor de derde keer
tijdens deze trip), vooraf gegaan door foie gras, ook een gerecht van
de streek. Na nog wat sms-verkeer met Gemma en broer Harrie gaat
de stekker eruit voor vandaag. Door het raam heen hoor ik het
ruisende geluid van de Vers, een slaapmiddel dat in ieder geval niet
chemisch is, en ook nog werkt.
Morgen gaan we onze derde week in. De afgelegde afstand bedraagt
inmiddels 1352 kilometer.

 
Brive-la-Gaillarde is een behoorlijke stad aan de Corrèze. Het is weliswaar nog zwaar bewolkt, mar het oogt allemaal wat lichter. Naar het centrum. In de ‘kathedraal’ van de stad, de Collegiale St. Martin, is vooralsnog geen tampon te scoren, want de pastoor is voor een handvol gelovigen de mis aan het doen. Geduld.


Peter gaat ven later nog eens terug en kan weliswaar nog geen tampon scoren, maar wordt wel uitgenodigd voor de maaltijd des heren. Hij ontvangt derhalve de heilige hostie uit handen van de curé zelf. Een handige zet, want na afloop van de mis kan hij als het verloren schaap meelopen naar de pastorie, waar de begeerde stempels uiteindelijk in de credencial worden geplaatst.

Nog voordat we de stad uit fietsen eten we nog wat in een klein restaurantje van een van de vele smalle straatjes in het centrum. Voor 7,50 een dagmenu: vier stevige en smakelijke eendenbouten met gebakken ongeschilde aardappelen en haricots.
Eenmaal Brive-la-Gaillarde uit krijgen we het onmiddellijk zwaar. Een klim van zes kilometer, met stijgingspercentages tussen de 6 en 10 procent. Tot Cosnac. Het zweet loopt tappelings langs mijn slapen. Ik zweet als een rund, ook omdat ik vier kledingstukken over elkaar heen heb getrokken vanwege de kou. Het is nog steeds niet helemaal droog, zodat opnieuw de hoezen over de fietstassen moeten.

Na Cosnac volgen er opnieuw stevige klimpartijen. En zijn er ook weer de lange afdalingen om op adem te komen. Bij Turenne ven twijfel, maar een loslopende oude autochtoon waarschuwt ons om de weg omhoog naar Turenne te doen: “Veel te zwaar; gekkenwerk”. Het bord langs de weg dat caravans en campers verbiedt naar boven te rijden overtuigt ons. Dan maar via Turrenne-Gare. Niet dat het plat is, verre van, maar het is te doen.

Tot Hôpital-St.-Jean - waar een hooggelegen verzorgingsplaats voor

pelgrims is gevestigd, genoemd naar de Hospitaliers de St. Jean-de-

Jérusalem - opnieuw een lange klim. Vandaar bellen we voor

een onderkomen: een gîte in Martel, 12 kilometer verder. Het laat

zich aanvankelijk goed aanzien: een afdaling van zeven kilometer.

Maar je weet dat je dan de straf kunt verwachten. Eenmaal het

bruggetje over de rivier gepasseerd gaat het weer kilometers lang

omhoog. Tot Martel, dus.



Martel, genoemd naar Karel Martel, die het liet bouwen na zijn

overwinning op de Moren in 732, staat bekend om zijn zeven torens.

Ligt in de Quercy, Dordogne.

Maar wij zijn allereerst op zoek naar onze gîte. Die blijkt steeds

verder terug te wijken, ondanks de borden die aangeven dat het 500,

200 en dan weer 600 meter verder is. De mevrouw heeft aan de

telefoon gezegd dat we maar vast het erf op moeten rijden, omdat ze

nog even weg is. Maar die mevrouw kan ons nog meer vertellen,

want de smalle holle weg loopt alleen maar verder omhoog. Stop.

Bellen naar het hotel dat we beneden in het dorp gezien hebben, het

Hotel des 7 Tours. Er is nog plek. Voor 50 euri. Het besluit is snel

genomen. Tijdens de afdaling rijden we tegen te naar boven rijdende

auto van de gîte-mevrouw op, met aan het stuur de gîte-meneer. We

geven te kennen beneden in het dorp te gaan logeren. Aanvullende

privileges worden op de motorkap gelegd. Logies inclusief ontbijt, en

gratis vervoer naar het restaurant beneden. Voor 62 euri per nacht.

We zijn niet te overtuigen.



Hotel des 7 Tours ziet er prima uit. Douche. Bellen met Gemma. En

dan een promenade door het dorp. Romantisch. Fotogeniek. Maar

nog zonder hordes toeristen.

Na afloop eten in het restaurant, na eerst een aftrap met de

inmiddels gebruikelijke Leffe Blonde. Omdat we in Brive al de canard

hebben weggewerkt wordt het nu agneau met pruimen.

1 opmerking:

  1. Dag Gerard en Peter, Ware bewondering heb ik voor jullie: hoe jullie al die ontberingen overwinnen. Ben wel blij dat je mijn advies voor wat meer mineraal- en zoutenhoudende bieren drinkt: dat houdt je mineraalhuishouding voor de spieren beter op peil! ( je spieren houden het beter vol met wat aanvoer van o.a. kaliumzouten..) We genieten natuurlijk heel lui vanaf een scherm van jullie barre tocht die je zelf zo begeerd hebt. Houd vol en geniet ook!!
    Thea en Frans

    BeantwoordenVerwijderen